Handchirurgie Binnen de handchirurgie worden congenitale, traumatische en verworven afwijkingen behandeld. Rond de tweede wereldoorlog groeide de aandacht voor de handchirurgie en ontstonden de eerste handchirurgische centra. In Nederland ontwikkelde zich in dezelfde tijd het specialisme plastische chirurgie. Vanaf aanvang hebben plastisch chirurgen zich bezig gehouden met de behandeling van handafwijkingen in hun volledige omvang (ossale, weke delen, vasculaire en neurologische afwijkingen).
De behandeling van handafwijkingen anno 1998 eist een integrale benadering. De handchirurgie heeft in de laatste twee decennia een stormachtige ontwikkeling doorgemaakt. Enerzijds door een toegenomen inzicht in de anatomie en biomechanica, anderzijds door toegenomen behandelingsmogelijkheden (microchirurgie, implantaten). Daarnaast is het inzicht gegroeid dat de hand een orgaan is waarvan afwijkingen ernstige sociale, psychologische en functionele repercussies kunnen hebben.
Handchirurgie is meer dan de behandeling van de stoornis. De mate van functionele stoornis leidt tot een beperking voor de individuele patiënt. Om deze beperking te voorkomen en om invaliditeit te vermijden is een geïntegreerde benadering onmisbaar. De fysio-en ergotherapeut spelen hierin een belangrijke rol, evenals de samenwerking met andere disciplines (revalidatiearts, neuroloog, psycholoog).
Door een multidisciplinaire benadering binnen een vast polikliniekschema wordt een efficiënte en optimale behandeling beoogd. Buiten Zwolle is overleg mogelijk binnen de Nederlandse Vereniging voor Handchirurgie, de Nederlandse Vereniging voor Reumachirurgie, de landelijke werkgroep voor polsafwijkingen en de landelijke werkgroep voor congenitale handafwijkingen. In Europees verband functioneert de Europese vereniging voor Handchirurgie. Het Europees examen handchirurgie lijkt een belangrijke rol te gaan spelen in de verdere profilering van dit (sub)-specialisme. Het therapie traject wordt uitgevoerd door gespecialiseerde fysio-en ergotherapeuten die zowel landelijk als internationaal verenigd zijn.
Organisatie van de handchirurgie in Zwolle De verwijzing vindt plaats vanuit de eerste en tweede lijn uit een regio die strekt van Emmen tot Harderwijk en van Lelystad tot Hardenberg. De in-en doorstroom van patiënten is op de volgende wijze georganiseerd:
- De patiënt wordt gezien op de wekelijkse handenpoli op de locatie Sophia. Hier zijn minstens twee plastisch chirurgen, een plastisch chirurgisch assistent in opleiding, een revalidatie arts in opleiding en twee fysio-of ergotherapeuten aanwezig.
- Daarnaast komen patiënten binnen via het reumaspreekuur. Hieraan nemen, naast een plastisch chirurg, een revalidatiearts, een reumatoloog en een handtherapeut deel.
- Op de locatie Sophia functioneert een werkgroep hogere perifere zenuwletsels waarin naast een plastisch chirurg, een neuroloog, een revalidatiearts en een neurochirurg deelnemen.
- Eén keer per maand is er op locatie Sophia een handenspreekuur voor complexe problemen. Hierin participeren alle plastisch chirurgen en assistenten, een revalidatiearts en assistent en een fysio-en ergotherapeut.
- Eén keer per maand is er in centrum Vogellanden een spreekuur voor kinderen met congenitale handafwijkingen en spasticiteit.
- Eens per twee maanden is er op de locatie Weezenlanden een gezamenlijke poli met collega Tulp (orthopedisch chirurg) voor patiënten met ossale, veelal posttraumatische, polsproblemen.
Zie ook: Handenspreekuur
Artikel uit Apeldoornse Courant van 09-04-2003
Alles aan de hand door Roy Touker
8 APRIL 2003 - GEZOND & WEL - Met je hand grijp je dingen vast, haal je mensen aan en stoot je ze af. Je schrijft en communiceert ermee. Het is niet vreemd dat er in de Nederlandse taal zoveel ‘handige‘ woorden en gezegdes zijn. De hand op het hart, ergens een handje van hebben, twee handen op één buik - de dikke Van Dale wijdt niet voor niets drie volle pagina‘s aan de hand. Handletsel is ingrijpend. Zo ingrijpend dat de Zwolse Isala klinieken zelfs een handenspreekuur hebben. Het centrum is toonaangevend in Nederland.
Reuma is een vreselijke ziekte die even vreselijke sporen achterlaat. Is één van de ledematen eenmaal getroffen, dan is genezing er niet meer bij. Los van de vergroeiingen zorgt reuma ook voor veel pijn. De bejaarde vrouw die het handenspreekuur in de Zwolse Isala klinieken bezoekt, weet wat pijn is. Haar gezicht vertrekt als ze er alleen al aan denkt. Ditmaal zorgt de linkerduim van de vrouw voor problemen. De reuma heeft ervoor gezorgd dat die duim zo vergroeid is dat het erop lijkt alsof hij er lukraak is opgeplakt. Enige remedie is om de duim vast te zetten. De dikste vinger blijft dan weliswaar in één stand staan, maar dat ziet er wel natuurlijker uit. Deze patiënte hoef je niet veel uit te leggen. Ook andere vingers aan de zwaarbeproefde hand zijn vastgezet. ‘Op naar mijn twintigste operatie‘, zegt de vrouw. Haar vrolijkheid en optimisme is ze door de slopende ziekte niet kwijtgeraakt. ‘Zeker omdat de pijn nu meevalt - het is veel erger geweest. Ach, ik kijk naar wat er nog wel goed is‘, zegt ze relativerend.

BIJZONDER De vrouw is één van de zestig tot tachtig personen die het wekelijkse handenspreekuur bezoeken. Het Zwolse handencentrum geldt in medisch Nederland als dé standaard.
Vijf plastisch chirurgen, vier fysiotherapeuten, vier ergotherapeuten, een revalidatiearts en indien nodig een psycholoog houden zich met zo‘n beetje alles bezig wat met de hand te maken heeft. Behalve het wekelijkse spreekuur zijn er maandelijkse spreekuren voor bijzondere gevallen en voor reumapatiënten. Door de opzet van het handenspreekuur is hulp in uiteenlopende disciplines meteen voorradig. De patiënt hoeft niet van de ene naar de andere arts of therapeut. Niks van het kastje naar de muur.
Bovendien kent het Zwolse handencentrum een vorm van samenwerking met fysio- en ergotherapeuten in de regio. Die regio is uitgebreid: van Emmen tot Harderwijk en van Lelystad tot Hardenberg en alles daartussen in. Nieuw is het handenspreekuur niet: een jaar of twintig geleden werd besloten om handletsel, of dat nou veroorzaakt is door ziekte of ongeval, centraal aan te pakken.
VUURWERK Bij handletsel denk je snel aan de gevolgen van vuurwerk. Vuurwerkgevallen ziet Peter Houpt, één van de plastisch chirurgen, nauwelijks. ‘Misschien vier, vijf per jaar - veel meer zullen het er niet zijn. Meestal zien we hier peesletsel, veroorzaakt door een ongeval.‘ Je merkt dat we hier in een agrarische omgeving zitten‘, merkt handfysiotherapeut Aart te Velde op. ‘Industrieel letsel noemen we dat.‘ Ook een hand in een cirkel- of andere machine valt onder industrieel letsel.
Een vijftigjarige timmerman is kortgeleden met zijn hand in een freesmachine gekomen, waarbij twee vingers zijn afgerukt. Met een van pijn vertrokken gezicht kijkt hij naar wat er van zijn hand is overgebleven. De inspanningen tijdens het handenspreekuur zijn er opgericht om het geheel weer toonbaar te maken, maar vooral om de hand - met alle beperkingen - weer zo veel mogelijk te laten functioneren.
Dergelijk industrieel letsel beslaat 45 procent van de gevallen die op het spreekuur binnenkomen. Aangeboren afwijkingen vormen een andere groep. De natuur wil wel eens voor vreemde dingen zorgen: een vinger te veel of te weinig, aan elkaar gegroeide vingers.
‘We komen soms de meest bizarre zaken tegen‘, zegt Houpt. De zogenaamde verworven aandoeningen - zoals reuma, artrose of slijtage - vormen een ander belangrijk aanbod. Alles wat met hand of onderarm verband houdt, wordt zo‘n beetje in het centrum behandeld. Dat geldt weer niet voor iemand met een eenvoudige polsbreuk. Het is niet zo dat het handenteam daarvoor de neus ophaalt, maar meestal is de expertise van het team voor dit soort ‘simpele‘ zaken niet nodig.
PROBLEEMGEVALLEN Het wordt anders als de breuk niet goed geneest, als er complicaties zijn of als er langere tijd beperkingen optreden. ‘Wat we hier zien, zijn de probleemgevallen. Wat dat betreft gaat de behandeling tegenwoordig anders dan vroeger. Toen werd het letsel behandeld en dat was het. Stijve vingers of een stijve hand moest je voor lief nemen - dat werd geaccepteerd. Tegenwoordig proberen we vingers of een hand zoveel mogelijk weer te laten functioneren. De opzet die we hebben gekozen voor het handenspreekuur is redelijk uniek. Er zijn meer instellingen waarin veel aandacht wordt besteed aan handchirurgie, maar dat gebeurt niet zo hecht als hier en ook niet met de aantallen patiënten die wij hebben‘, legt Houpt uit.
‘Door de uiteenlopende disciplines hier benutten we optimaal elkaars mogelijkheden. Je ziet nu dat er ook elders in het land plannen zijn om een dergelijk handenspreekuur op te zetten. In andere instellingen word je door de ene arts of therapeut naar de andere verwezen. Dat werkt een stuk moeizamer dan zoals wij het hier doen. We hanteren hier korte lijnen en kunnen dus meteen zaken doen en de middelen geven die nodig zijn. Wij betrekken daar ook fysio- en ergotherapeuten bij zodat patiënten zoveel mogelijk in hun eigen woonplaats dergelijke hulp kunnen krijgen. We zijn wat dat betreft bezig een heel netwerk op te bouwen. We voorzien die therapeuten van instructieve richtlijnen, zodat alles zo gestroomlijnd mogelijk verloopt. De therapeuten lopen ook geregeld mee tijdens het spreekuur.‘
Een patiënt moet dan ook niet vreemd opkijken als er een hele stoet witjassen in een van de behandelkamers staat.
ONDERSCHAT De afgelopen jaren heeft het Zwolse centrum een behoorlijke progressie gemaakt. ‘Het aantal plastisch chirurgen is van drie naar vijf gegaan en daarnaast hebben we vier assistenten, allen plastisch chirurgen in opleiding. Twee van onze plastisch chirurgen hebben een internationale erkenning als handchirurg. Daarvan zijn er maar vijf in Nederland - dat zegt dus wel wat.‘
Houpt: ‘Als iemand iets aan zijn hand krijgt, betekent dat dat hij niet meer kan werken - hoe klein het letsel ook is. Dat wordt vaak onderschat. Voor ons is het zaak om iemand zo spoedig mogelijk weer op de rails te krijgen. Een droom van ons is om de handchirurgie nog verder gestalte te geven in het arbeidsintegratieproces. Een andere droom is om een bewegingslaboratorium te realiseren. We willen de bewegingsbeperkingen ten aanzien van de hand in kaart brengen. Op die manier is de mate van invaliditeit van de hand snel na te gaan. Met een deel van de patiënten werken we al zo, maar het zou mooi zijn als dat nog meer geconcentreerd zou worden. Het van de grond krijgen, zal echter niet zo snel gaan. We worden gehinderd door krapte. Daarnaast is er in de gezondheidszorg gebrek aan geld en personeel. Een dergelijke opzet is echter wel een stuk effectiever in het proces van letsel naar integratie. We willen het meer in één hand houden, anders raken we het overzicht kwijt en kost het alleen maar meer geld. We hebben hier tenslotte met heel specifieke problemen te maken.‘
Te Velde: ‘Ik durf de stelling aan dat we door zo‘n aanpak het behandeltraject kunnen bekorten. Mensen kunnen dan sneller weer wat doen. Al onze energie is erop gericht een weer zoveel mogelijk functionerende hand te verkrijgen. Patiënten willen gewoon de dingen doen die ze altijd deden.‘
|