Algemeen
Een baby sluit zijn mond stevig om de tepel of de speen. Het zachte gehemelte sluit tegen de keelachterwand waardoor de neus wordt afgesloten. Zo ontstaat een vacuüm en kan de baby zijn voeding naar binnen zuigen. Kinderen met schisis kunnen problemen hebben met voeden. Dat hangt vooral af van de soort spleet. Een lipspleet of een lip-kaak-spleet leveren de minste beperkingen op. Meestal vormen zij geen belemmering voor het geven van borst- of flesvoeding.

Hoewel borstvoeding soms toch mogelijk blijkt, levert een spleet in het gehemelte meer problemen op omdat de baby geen vacuüm kan maken. Meestal zal flesvoeding worden gegeven. Er bestaan flessen met speciale spenen. De zogenaamde 'Haberman-speen' blijkt vaak goed te voldoen. Soms is het ook nodig de juiste houding te vinden om de voeding te kunnen geven. Een goede houding is van belang om verslikken te voorkomen en de baby zijn mond goed te laten gebruiken. De verpleegkundige van de afdeling of de logopedist kunnen u hierbij helpen.
Uw kind kan normale voeding gebruiken. Voeg geen suiker toe aan de voeding en geef bij voorkeur natuurlijk vruchtensap. Bij kinderen met een gehemeltespleet kunt u beter géén sinaasappelsap geven: door de open verbinding prikt dat in de neus en het zal tot irritatie leiden.

Heeft uw kind een gehemeltespleet en behoefte aan een fopspeen, dan kunt u het beste een speen kopen voor de leeftijd van drie tot zes maanden. Voor een kind met een gehemelteplaatje is een fopspeen in de vorm van een kers het meest geschikt.

Spenen
Veel gebruikte spenen zijn:
- Bibi-NUK-palatumspeen
- Bibi-NUK-dentalspeen
- Speen met regelbare opening (een zgn. 1-2-3-speen)
- Haberman Feeder (merk Medela)