|
Inloggen
Submenu Gezicht | Bovenooglidcorrectie | Onderooglidcorrectie | Neusafwijkingen | Afstaande oren | Schisis | Operaties |
Voeding |
Ontwikkeling |
Borsten |
Buik |
Handen |
|
|
Schisis en gebit De eerste boventanden breken meestal door op een leeftijd van 6 tot 9 maanden. Bij een kind met een kaakspleet komen de tanden vaak scheef te staan. Soms ontbreken er ook tanden. In het melkgebit is het meestal niet nodig hieraan iets te doen. Wel is het belangrijk om het melkgebit goed te verzorgen. Dit betekent goed poetsen met fluortandpasta. Het betekent ook weinig zoetigheid gebruiken en regelmatige controle bij de tandarts vanaf een leeftijd van tweeëneenhalf jaar. Gaatjes in het melkgebit moeten, net als bij het blijvend gebit, gewoon worden gevuld. Bij kinderen met een gehemeltespleet plaatst de orthodontist direct na de geboorte een plaatje. Dit plaatje van kunststof sluit het harde gehemelte af en blijft met behulp van kleefpasta op zijn plaats. Het plaatje zorgt ervoor dat het gehemelte beter kan uitgroeien. Bovendien zal het voeden gemakkelijker gaan.Uw kind draagt het plaatje meestal tot het één à anderhalf jaar is. Elke zes tot acht weken wordt het plaatje gecontroleerd door de orthodontist. Omdat uw kind groeit, past de orthodontist het plaatje geregeld aan, zodat het steeds goed past en sluit. Bij kinderen met een kaakspleet plaatst de kaakchirurg op een leeftijd van ongeveer 9 jaar een stukje bot in de kaakspleet waardoor die spleet dichtgroeit. Daarna volgt vrijwel altijd een behandeling door de orthodontist. Die zorgt er met behulp van beugels voor dat de kiezen en de tanden in de juiste stand komen te staan en een mooi gebit gaan vormen. Dit is een langdurige behandeling; een periode van drie jaar is hiervoor heel gewoon. Orthodontist, kaakchirurg en tandarts zijn hier nauw bij betrokken. Bij sommige kinderen zullen de bovenkaak en de onderkaak zich verschillend ontwikkelen. De bovenkaak is dan kleiner dan de onderkaak. Rond het 18e levensjaar kan een operatie, waarbij de onderkaak naar voren wordt geplaatst, een oplossing brengen. Door het behandelschema dat het schisisteam van de Isala klinieken in Zwolle volgt, is deze operatie nog maar zelden nodig. Schisis en gehoor Kinderen met een gehemeltespleet hebben vaak problemen met de oren. Dit komt omdat de buis van Eustachius niet goed werkt. De buis van Eustachius is een dun kanaaltje dat het middenoor met de keel verbindt en is onder andere bedoeld om het vocht uit het middenoor af te voeren en te zorgen voor lucht in het middenoor Bij kinderen met een gehemeltespleet opent de buis van Eustachius zich niet goed omdat de gehemeltespieren onvoldoende werken. Daardoor wordt het vocht niet of slecht afgevoerd en hoopt het zich op in het middenoor. Door dit vocht achter het trommelvlies hoort het kind vaak slechter omdat het trommelvlies onvoldoende kan bewegen. Bovendien hebben kinderen met vocht in de oren eerder en ook vaker last van oorontstekingen. Soms worden medicijnen voorgeschreven om de oren ‘droger’ te maken. Vaak zullen 'trommelvliesbuisjes' worden geplaatst. Die zorgen ervoor dat er toch voldoende lucht in het middenoor kan komen, maar er mag dan geen water in het oor komen. Wilt u met uw kind gaan zwemmen dan is het verstandig dit eerst met de KNO-arts te bespreken. Als het kind ouder wordt, gaat de buis van Eustachius vaak weer voldoende werken. Schisis en spraak Taal en spraak worden vooral geleerd door te luisteren naar de geluiden van anderen. Een baby gaat al vroeg allerlei geluidjes maken en gaat daarmee spelen. Wat later zal het kind de geluiden van anderen proberen na te doen. Op een leeftijd van ongeveer één jaar gaat uw kind zijn eerste echte woordjes zeggen. Tussen anderhalf en twee jaar ontstaan zinnetjes van twee woorden. Vanaf dit tijdstip zal de logopediste de spraak- en taalontwikkeling kunnen beoordelen. Wanneer een kind met schisis minder duidelijk spreekt dan zijn leeftijdgenootjes kan er sprake zijn van een spraakprobleem, een taalprobleem, een 'open-neus-spraak' of een combinatie hiervan. De logopediste zal u en uw kind met raad en daad bijstaan en u zo nodig voorzien van eenvoudige spraakoefeningen die u thuis kunt doen. Echte spraaklessen hebben pas op latere leeftijd zin. Een 'open-neus-spraak', ook wel nasaliteit genoemd, komt voor bij ongeveer de helft van de kinderen met een open gehemelte. Soms is een restant van de spleet in het harde gehemelte hiervoor verantwoordelijk. Die restspleet kan vanaf een leeftijd van 2 jaar worden gesloten. Vaker is er echter sprake van een te kort of een niet goed bewegend zacht gehemelte. Een te kort zacht gehemelte kan vanaf vierjarige leeftijd worden verlengd. Dit is uiteraard afhankelijk van de ontwikkeling van uw kind. Deze operatie heet een pharyngoplastiek. |
|
Naar Boven ![]() Afdrukken ![]() Pagina aanbevelen |
Operaties
